Klein geaderd witje – Pieris napi

Het klein geaderd witje is samen met het groot koolwitje en het klein koolwitje, één van de meest voorkomende witjes. We hebben bij het groot koolwitje reeds uitgebreid besproken hoe deze verschillende witjes van elkaar kunnen herkend worden. Zie de bespreking die daar reeds werd gemaakt via deze link. Voor het gemak voegen we hier nog even de overzichtstabel in van de vier (! zie bespreking bij groot koolwitje) witjes die bij ons voorkomen of straks zullen voorkomen:

In feite is het klein geaderd witje vrij gemakkelijk te herkennen in rust: de onderkant van de vleugels is immers sterk geaderd en zeer herkenbaar – vandaar ook de naam. Net als zijn grote broer, vliegt de vlinder lange tijd. Je kunt ze van maart/april tot in november zien fladderen (als het weer meezit tenminste). De vlinders vliegen in een 2 tot 3 opeenvolgende generaties die elkaar wat kunnen overlappen. Dat heeft veel te maken met de ontwikkeling van de rupsen tot vlinders.

De vrouwtjes zetten (in tegenstelling tot het groot koolwitje) de eitjes niet in een grote groep af, maar één per één. Ze leven ook vooral op kruisbloemigen met een voorkeur voor pinksterbloem en look-zonder-look. De rupsen zijn wat groen-blauwachtig en kunnen er erg kort, dan wel erg lang over doen om van ei tot vlinder te ontwikkelen. Sommige rupsen groeien erg snel en kunnen in 11 dagen volgroeid zijn. Andere doen er dubbel zo lang over. Ook de tijdsduur van het popstadium verschilt erg van individu tot individu. Sommige poppen komen al na één tot twee weken uitkomen, maar andere doen er veel langer over en overwinteren zelfs! In extreme gevallen kan het bijna 11 maanden duren voor de pop uitkomt. De reden hiervoor is niet duidelijk. Het zou kunnen te maken hebben met een overlevingsstrategie waarbij een gespreide uitkomst meer kansen voor overleving van de soort biedt.

Net als het klein en het groot koolwitje, is het een zeer algemene vlindersoort die in wisselende aantallen voorkomt en zeer mobiel is. De vlinder stelt niet echt specifieke eisen aan zijn leefomgeving en komt zo goed als overal voor. Het is een erg mobiele vlinder die gemakkelijk grote afstanden kan afleggen per dag.