Kleine ijsvogelvlinder – Limenitis camilla

De kleine ijsvogelvlinder. Een eerder niet zo bekende, maar prachtige verschijning. De kleine ijsvogelvlinder was vroeger veel algemener dan nu, maar herstelt zich geleidelijk aan weer. De aantallen zijn vooral de laatste jaren weer groter geworden.

Het is een vlinder die je niet in je tuin zal aantreffen, tenzij je in vlak in de buurt van of in de bossen woont. Het is een bosvlinder die nog maar hier en daar voorkomt. Onder andere in Het Leen in Eeklo is hij in de zomermaanden dikwijls in vrij grote aantallen aan te treffen op en langs de bospaden. Het is een echte bosvlinder die zich thuis voelt op de open plekken in het bos. Het bos mag dus zeker niet dicht gegroeid zijn, want dan gaat ook deze vlinder zich er niet meer thuis voelen. Hij stelt verder nog een aantal specifieke eisen: er moeten vrij veel nectarplanten staan, net als de waardplant voor de rupsen. Dat is kamperfoelie. Niet echter elke kamperfoelieplant: de plant moet deels in de schaduw staan in vrij vochtige omstandigheden. Ze houden dus vooral van erg gevarieerde, vochtige bossen met zonnige randen en met veel variatie in plantengroei. Bospaden met flinke zonnige stukken zijn daarbij ideaal.

De vlinder foerageert graag langs deze paden, waarbij de mannetjes een zekere vorm van territoriaal gedrag hebben. Ze gaan in een boom op de uitkijk zitten naar passerende vrouwtjes waarbij ze rivalen achterna gaan en uit ‘hun gebied’ wegjagen.

De vlinder vliegt van juni tot en met augustus en is haast onmogelijk te verwarren met andere vlinders. Qua grootte zit hij tussen een kleine vos en een atalanta in, al zijn er wel verschillen tussen de individuen onderling ook. Hij is langs de bovenzijde zwart met een duidelijke witte band van de voorvleugel tot de achtervleugel (zie foto). De onderkant is prachtig gekleurd in oranje-bruin met witte vlekken. Met openzittende vleugels is er in de zon dikwijls een blauw-groene gloed op de vleugels te zien. De enige soort waarmee verwarring zou mogelijk zijn, is de zomervorm van het landkaartje, maar aangezien die een flink stuk kleiner is, is het voor een beetje geoefend oog direct duidelijk een kleine ijsvogelvlinder al van ver te herkennen.

De rupsen moeten het hebben van kamperfoelie. De soort overwintert daarbij als rups. In het najaar vreet de rups zich van de top van een blaadje naar de stengel toe. Dan spint ze zich in een blaadje in en overwintert daar. Na de winter gaat ze verder met eten waarbij ze dan de jonge blaadjes van de kamperfoelie gaat eten. Dan verpopt ze zich in de late lente en komt in de zomer uit.

Hieronder nog een link naar een youtube-filmpje van deze prachtige, gracieuze verschijning: