Citroenvlinder – Gonepteryx rhamni

De citroenvlinder is één van onze vroegst vliegende vlinders in het voorjaar en is een echte lentebode. Soms kan je die al op warme februaridagen aan het eind van die maand zien tevoorschijn komen. Samen met een handvol andere vlindersoorten is het één van de weinige dagvlindersoorten die als volwassen exemplaar onze winters doorbrengt. Ook de dagpauwoog en kleine vos horen bij dit kleine kransje, samen met – in zachte winters – ook soms de atalanta.

De vlinder hangt daarbij heel stil op beschutte plekjes, meestal in de dichte vegetatie van klimop of hulst. Alleszins groenblijvende winterplanten. Soms overwinteren ze ook in dichte graspollen. In tuinhuisjes en schuurtjes vind je ze normaal gezien niet, in tegenstelling tot die andere overwinteraars die daar soms wel te vinden zijn (zie uitleg bij de dagpauwoog hierover). Ze lijken dood, maar ze zijn dat niet. Ze hebben hun metabolisme zo goed als stil gelegd en komen bij de eerste warme voorjaarsdagen weer tot leven.

Het zijn dan ook echte aankondigers van de lente die je na een lange winter weer helemaal zin doen krijgen in het voorjaar. In de vroege lente kun je ze zien struinen op de eerste krokussen en andere vroege bollen die als eerste beginnen bloeien. De mannetjes zijn fel geel en die springen het meest in het oog. De vrouwtjes zijn een flink stuk bleker en kunnen in de vlucht gemakkelijk verward worden met witjes. Als ze stil zitten, kun je zien dat de onderkant van hun vleugels wat groen is en zijn ze absoluut niet met witjes te verwarren.

Wanneer ze stil zitten, lijken ze nog het meest op een dood blad. Elke vleugel, zowel de voor- als de achtervleugel heeft ongeveer in het midden ook een kleine oranje stip. 

De citroenvlinder vliegt maar in één generatie en is daarmee één van onze langst levende dagvlinders. Ze kunnen tot meer dan een jaar oud worden! De vlinders komen uit rond de maand juli en vliegen dan tot in juni van het volgende jaar. In de volle zomer zijn er soms minder vlinders te vinden doordat ze wel eens een slaappauze durven te houden tijdens de warmste zomermaanden. De citroenvlinder is dan ook een vlinder die een groot deel van zijn lange leven al rustend doorbrengt: een stuk ‘zomerslaap’ in de zomer en een lange winterslaap om de winter door te komen. De volwassen vlinders zetten hun eitjes af op de vuilboom waar de rupsen zich mee voeden. De rups kan tot 3,5 cm groot worden en is groen met wat zwarte spikkels.